Tijdens mijn pauze logeerde ik op Kreta in een heel klein plaatsje aan de kust. Het was nog in winterslaap toen ik er was, maar in het hoogseizoen is het een paradijselijk verblijf voor toeristen: zee, strand, een boulevard, winkeltjes, cafeetjes en direct daarachter een prachtig berglandschap én een verbinding met de grote stad op twintig minuten rijden afstand.

De dame uit mijn netwerk, bij wie ik ‘op de koffie’ ging op dit mooie eiland, woont in dit dorp. Zij had mijn verblijf voor me geregeld en ik was erg tevreden met mijn heerlijke appartementje boven op een berg met uitzicht op zee. Het was met het dorp verbonden via een slingerweg voor de auto en een geitenpad voor de wandelaar.

Het dorp bestond uit een bonte verzameling vriendelijke mensen met een sterke gemeenschapszin. Iedereen kent elkaar en er wordt voor elkaar gezorgd. Echt gezorgd. Iedereen is inclusief en dus wordt er actie ondernomen als iemand even niet meer mee kan komen. Door eten te brengen, onderdak te verschaffen, de auto uit te lenen, enzovoort.

Er was in die eerste week van maart nog maar één restaurant open in het dorp. Daar at dus iedereen en daar gebeurde alles. Direct de eerste avond werd ik opgenomen als onderdeel van het hele gebeuren.

Toen ik de volgende ochtend de berg af liep voor een fijne cappuccino kwam ik onderweg iemand tegen, die ik nog niet had ontmoet. Hij begroette me hartelijk bij mijn naam en toen ik wat verbaasd opkeek, legde hij uit dat hij wat klusjes had gedaan om mijn appartement op orde te krijgen voor mijn bezoek en dus mijn naam op het bordje had zien staan… en onthouden.

De man kwam ik die week vaker tegen. Ik begreep dat hij door het hele dorp ingehuurd werd om klusjes te doen. Niet dat hij van beroep klusjesman was, maar zo kon hij wat geld verdienen en had hij ook te eten. Als er even geen klusjes waren, dan was er altijd nog wel ergens een bord waar hij wat eten op kon scheppen. Zo ging het ook met zijn woning.

Toen op een dag een truck niet langs mijn in een smal zijstraatje geparkeerde auto kon werd ik daar in de supermarkt op aangesproken. Ik was net druk met mijn boodschappen op de band te leggen en de caissière was halverwege. Ik reageerde ietwat onthutst, maar, zei de man, als ik hem nou even de autosleutel gaf, dan zette hij mij auto wel aan de kant. Iets later kwam hij terug. Zonder sleutel. Die had hij in de auto laten zitten. Zo deden ze dat hier in het dorp. Als ik dat nou voortaan ook zou doen, dan hoefde ze me niet meer te gaan zoeken.

Het dorp had sociale cohesie. Het dorp zorgde voor elkaar. In het dorp werd iedereen gezien. In alle opzichten. Wat een mooi voorbeeld van een inclusieve maatschappij (om maar eens een krachtterm te gebruiken).

Ik heb er echt enorm van genoten.

👊
Sandra
Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.