“San, jij had het laatst over die keukentafelgesprekken”
“Ehm ja, wat dan?”
“Nou, ik maak me zorgen over een buurvrouw en nu vraag ik me af hoe ik iemand bij haar aan de keukentafel krijg”

Aan de telefoon heb ik een vriend. We hebben laatst het een en ander doorgesproken over de in te zetten hulp voor zijn broer. De mantelzorg die de vriend zijn broer leverde ging hem opbreken. Broers zijn broers. Dat is toch wat anders dan hulpverlener en hulpontvanger. De boel liep vast. We namen de Wmo procedure door en wogen de opties af. Inmiddels heeft er een keukentafelgesprek plaatsgevonden en is er ambulante ondersteuning geregeld en nu zitten de broers vooral weer samen naar dartwedstrijden te kijken. Als vanouds.

“Wat is er precies aan de hand met jouw buurvrouw?
” vraag ik
Hij legt uit dat de buurvrouw de deur niet meer uit komt.
“Ze drinkt te veel, rookt te veel, zit te verpieteren… dat gaat niet goed hoor”

Wat is veel?” vraag ik, want hee, mijn vriend heeft nog nooit gerookt en zal ook nooit gaan roken, zowaar ik leef, en drinken? Dat doet hij af en toe een speciaal biertje of een glas goede whiskey, maar meestal verse kruidenthee, groentesapjes of water met gember en citroen, dus voor hem zijn dit soort dingen al snel te veel. Toch ken ik hem ook goed genoeg om te weten dat hij zich écht zorgen maakt.

“Waar zie jij een probleem ontstaan?” is mijn volgende vraag.
De vriend vertelt dat hij af en toe haar hond uitlaat, omdat hij het zo zielig vindt voor het beessie dat ie maar binnen moet zitten op twee hoog en ook is hij bang dat de hond op een dag zo gefrustreerd is van het niet genoeg uitgelaten worden dat hij iemand bijt en dan wordt afgemaakt. Als mijn vriend de hond ophaalt doet de buurvrouw de deur op een kier, duwt de hond naar buiten en als hij terug komt van de wandeling gaat de hond ook zo weer naar binnen. Meestal loopt de vrouw in een peignoir en ziet ze er uit alsof ze net uit bed is. Welk uur van de dag ook.
“En zij mag niet in peignoir lopen en de hele dag eruit zien alsof ze net uit bed komt? Of maak je je eigenlijk zorgen om de hond?” vraag ik
“Hmmm… de hond… tja, je weet hoe dat gaat, San. Maar, het een is een gevolg van het ander, dus ik dacht… als zij nou een traplift zou hebben…”
“Dan zou ze misschien nog steeds niet naar buiten gaan om de hond uit te laten…” vul ik aan.

Hier is duidelijk meer aan de hand en de vraag is natuurlijk of deze buurvrouw wel geholpen wil worden. De volgende vraag is tot waar je als mens mag doen wat je doet en wanneer wie er iets over moet zeggen dat dat niet meer kan.

Het is hartstikke lief dat je je zorgen maakt en dat je iets wil regelen, maar voordat er iemand aan de keukentafel zit moet er nog wel iets gebeuren.” “Gelukkig…”, voeg ik daar aan toe. “Want jouw behoefte om de wereld te redden met spinaziesmoothies mag geen reden zijn dat jouw buurvrouw naar een afkickkliniek gaat.” 
Hij sputtert wat…

Soms willen mensen ook helemaal niet ‘geholpen’ worden” zeg ik tegen hem “en net zo goed als jij jouw eigen keuzes mag maken, mag jouw buurvrouw dat ook. Maar, ik vind het goed dat je aan de bel trekt, want als ze wél geholpen wil worden, maar bijvoorbeeld de weg niet weet, dan is het handig als jij die weg voor haar zoekt.”
Ja, datzegt de vriend “Snap je…?”
Ik snap het.

“Hou er rekening mee dat je misschien niks in gang kunt zetten”, zeg ik hem nog. “In ons land zijn we alleen in uiterste gevallen prooi van andermans goede bedoelingen en mogen we het tot die tijd lekker zelf bepalen. Over het algemeen wordt er pas van hogerhand ingegrepen als iemand zichzelf ernstig verwaarloost of anderen in gevaar brengt (kinderen, buren… honden…). In dit geval verwaarloost ze zichzelf en de hond, vind jij op basis van jouw criteria. De vraag is of dit harde criteria zijn. En zelfs als er ooit een keukentafelgesprek gaat plaatsvinden is het nog niet gezegd dat er hulp gaat komen. Misschien is de situatie op basis van de in de zorg geldende criteria niet ernstig genoeg en het kan ook nog zijn dat zij zorgt weigert. Ook dat mag… tot op zekere hoogte.”
“Ja maar…”
zegt hij “Dat kan toch niet?”
“Dat kan wel. En dat is maar goed ook. Het is namelijk niet aan jou om te bepalen wat kan en wat niet kan. Daar hebben wijze mensen over nagedacht om te voorkomen dat we elkaar de maat gaan meten. Wees gerust, in uiterste nood zetten we als maatschappij bemoeizorg* in”

Ik vertel hem over de periode dat ik als oefentherapeut in een verslavingskliniek werkte. Na 3 maanden keihard getraind te hebben met een jonge vent om hem, letterlijk en figuurlijk, weer terug op zijn poten en de trap op en af te krijgen, zodat hij weer naar huis kon, nam hij afscheid van me met een dikke zoen en een joviale uitnodiging om snel bij hem op de borrel te komen. Mij zakte de moed in de schoenen op dat moment, want ik had geen glazen bol nodig om te voorspellen dat hij over een tijdje weer terug zou zijn. Weer even hard in de prak, nog steeds even eenzaam en alwéér door iemand naar onze kliniek gebracht.

Weet je”, vervolg ik tot de vriend “onze grootouders stonden onder toezicht van de kerk. Dat had zo zijn voordelen, want er was een gemeenschap en je kon niet zomaar stilletjes wegkwijnen zonder dat de pastoor was langs geweest, maar het had ook nadelen. Bij onze ouders kwamen ze bijvoorbeeld nog vragen hoe het zat als ze na het eerste huwelijksjaar nog geen kinderen hadden gemaakt. Die tijd wil je niet terug. Althans ik niet. En nee, helemaal geen toezicht meer is ook niet handig. Dan gaan er teveel mensen ondersteboven. Iets er tussenin. Zoals jij nu doet: jij kunt het sociaal loket bellen om te overleggen over de situatie van de buurvrouw en het centrale meldpunt ‘red een dier’ om de situatie van de hond te bespreken en ondertussen zou ik gewoon heel vaak die hond uitlaten als ik jou was… Je moet ook kunnen loslaten en accepteren dat mensen hun leven verkloten.

Later die week eet ik samen met mijn vriend ‘de ambulante ondersteuner’. Hij vertelt dat hij gevraagd is voor het bemoeizorgteam. Hij heeft gepast. Hij wil niet onuitgenodigd bij iemand aan de keukentafel zitten, omdat iemand zonodig vond dat er iemand gered moest worden.

Ik denk dat ik deze twee mannen binnenkort maar eens tegelijkertijd uitnodig aan mijn dis…

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

*) bemoeizorg