Laatst werd ik gehugd en kreeg ik blessings over me uitgestort van een cliënt, die helemaal in tranen zo dankbaar was dat ik zou gaan regelen wat er te regelen viel.

Zijn reactie zette mij aan het denken.
Houden we de ander in een soort afhankelijkheidspositie dat iemand dankbaar is dat hij krijgt wat hij nodig heeft?
Of is het juist mooi dat mensen niet voor lief nemen dat er iets voor hen gedaan, geregeld en/of georganiseerd wordt?

Zelf vind ik het niet meer dan logisch dat ik doe wat ik te doen heb: mijn werk. Dat dat betekent dat ik iets doe voor een ander hoort daar bij. Volgens mij doe je in ieder soort werk iets voor een ander. Zelfs als je aan de lopende band staat en een chipje in een apparaat stopt, doe je dat voor een ander. Namelijk voor degene die ooit dat apparaat gaat gebruiken. In mijn werk is de verbinding gemakkelijker te leggen, omdat ik in direct contact sta met de gebruiker van het product waar ik iets mee doe, maar toch…

Ik maakte een filmpje* van mijn eerste gedachte en zette dat op de Facebookpagina** van de Wmo adviseur.
Vrienden reageerde met:

  • Maar jij doet het werk met je hart, dat is echt een blessing voor mensen, snap ik heel goed“🙏🏻
  • Ja, laten we alles maar for granted nemen, omdat t je werk is. Een profvoetballer mag zijn doelpunt niet meer vieren met een hug, want t is zijn werk. Op die manier worden alleen prostitués nog maar gehugd.🙄😍🥺🥳🎶🔱
  • “Nee joh! Soms kunnen dingen waarmee je iemand helpt een mega-impact hebben op iemands leven, die voor de helper normaal zijn om te doen. Prachtig toch dat je door iemand geknuffeld wordt! Ik zeg: meer knuffelen!!” 😉😂🥳🙏🏻👍🏼
  • “Ik weet waar ik moet zijn als het zover is” 😘

Een andere reactie was:

  • Dat mensen dankbaar zijn, voor eens een echt mens over de vloer, in plaats van een regelneuker? Beschamend!

En in gesprek met dees en geen kwam ik tot de conclusie dat dankbaarheid misschien wat te groots is en dat het niet zo hoeft te zijn dat mensen mij dankbaar zijn omdat ik mijn werk doe. Ik schreef er al eerder iets over… ***. Wat ik wel mooi vind is als we blijven waarderen wat iemand voor ons doet. En dát, dat waarderen, mag misschien ook wel een beetje meer in onze maatschappij. Het mag best dat we ‘de dingen’ niet zo vanzelfsprekend vinden dat we bijna niet meer weten dat het ook zomaar zou kunnen zijn dat je zonder ze moet leven. Dat wat vanzelfsprekend is veelal ook een soort recht is geworden. Iets dat je niet meer waardeert, omdat het er gewoon is. Omdat het er hoort te zijn, volgens jou normen. En zo wordt wat hoort waardeloos.

Altijd als ik een verre reis heb gemaakt, waarin ik ook altijd wel weer ergens een ontbering te beslechten heb, geniet ik een periode lang intenser van alles wat er voorhanden is.
Ik kan je zeggen dat een week verblijven in een nationaal park in Tanzania om Mount Merú te beklimmen met alleen wat blikjes corned beef en water voor onderweg (en een gids met een geweer om de buffels op afstand te houden 😉) een simpele maaltijd van verse spinazie en wat kip met een colaatje ernaast tot een waar feest maakt en toen ik ooit ternauwernood een voedselvergiftiging had overleefd in the middle of nowhere in Brazilië was ik tot op mijn bot dankbaar toen ik weer op het strand stond, de zee rook en de wind voelde. Na een periode in Nigeria viel het mijn vrienden in Holland op dat ik minder consumeerde. Daar was niet alles beschikbaar en overleefde ik ook. Ik had even niet zo heel veel nodig…
Dat duurt altijd een tijdje.
Daarna wordt alles weer gewoon.

Het is gewoon dat we brood kunnen halen als we daar trek in hebben. Het is gewoon dat er benzine is om in onze auto’s te gooien. Het is gewoon dat de verwarming het doet. Het is gewoon dat de wc doortrekt. Het is gewoon dat de krant op de mat ligt, internet open staat, we de deur uit kunnen stappen, we elkaar kunnen bellen. Het is gewoon dat we te eten hebben, naar school kunnen, dat er fietspaden zijn en verkeerslichten.

Misschien is dat alles wel gewoon totdat dingen niet meer gewoon zijn. Totdat we iets gemist hebben of iets moeten missen. Dat kan een liefde zijn, maar het kan ook een been zijn, je zelfstandigheid, zelfredzaamheid of het gevoel nog mee te mogen doen. Het kan gaan om iets willen wat niet meer kan zoals een ommetje maken, een boodschap doen, iemand bellen die is overleden. Het kan gaan om iets niet willen wat niet meer anders kan, zoals afhankelijk zijn van iemand die je ’s ochtends helpt met douchen, de dokter die voortaan bij jou komt in plaats van dat jij naar hem of haar gaat, over dat jij zit te wachten in plaats van dat je op een vast tijdstip geholpen wordt en het kan gaan over een Wmo adviseur die bij je langskomt, omdat jij ergens een probleem hebt dat je niet zelf kunt oplossen.

Dat kun je gewoon vinden, omdat je van mening bent dat je er recht op hebt.
Dat kun je waarderen, omdat je blij bent dat het binnen je bereik wordt gebracht.
Dat kun je in dankbaarheid aanvaarden omdat je er niet (meer) op had gerekend.
Zoiets?

Dan spring ik nu dankbaar op de fiets om mijn nieuwe bril te gaan ophalen. Mijn bril om het in het verkeer wat scherper te zien. Om minder moe te worden van het autorijden, vooral na een lange dag. Ik waardeer het enorm dat de bril door iemand bedacht is, dat ergens iemand die bril voor mij in elkaar heeft gezet en dat de opticien ooit heeft gekozen dit vak te willen uitoefenen. Gewoon vind ik het allemaal niet, dus ik denk dat ik hem ga huggen…

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

 

*)     Filmpje…

**)   Facebookpagina van de Wmo adviseur

***) Bloemen, bonbons en andere kado’s