Ik ken ze, mijn pappenheimers*.

Zo was ik afgelopen week op huisbezoek voor onderzoek naar gebruikelijke zorg.
Wat dat is zal ik eerst even toelichten…

Als iemand hulp bij huishouden aanvraagt met een persoonsgebonden budget wordt er altijd onderzoek gedaan naar hoe dit zich verhoudt tot eventuele gebruikelijke zorg. Als ik alleen woon en mijn benen verlies en zomaar een vriend wil me vervolgens structureel helpen met schoonhouden van mijn huis, dan kan ik een aanvraag doen voor een indicatie met pgb*. Die vriend komt dan bijvoorbeeld iedere week poetsen en wordt, via het SVB*, uit het Wmo* potje van de gemeente betaald voor het werk. Als die vriend en ik echter samen een huishouden voeren, dan is de veronderstelling dat wij ook samen verantwoordelijk zijn voor de schoonmaak en het onderhoud van dat huis en als ik dan mijn benen kwijt raak wordt hij geacht de taken over te nemen, die ik wellicht eerder deed. Hierbij wordt geen rekening gehouden met taakverdeling en ook niet met wat  men vindt dat volgens culturele normen, geloofsovertuiging, opvoeding, etcetera vindt dat kan en niet kan. Iedere volwassene wordt geacht zelfstandig een huishouden te kunnen draaien. Met of zonder partner, baan, hobbies en wat dies meer zij waaraan je je tijd kunt besteden. Als die volwassene dat niet kan en ook niet zelf kan oplossen, dán springt de gemeente bij vanuit de Wmo.

Een collega had onderzoek gedaan naar de aanvraag voor hulp bij huishouden en haar advies was om inderdaad hulp in te zetten vanuit de Wmo, omdat betrokkene vanwege klachten en beperkingen niet meer in staat was om haar eigen huishouden op orde te houden. Toen bleek dat er nog een volwassene in datzelfde huis ingeschreven stond vroeg de gemeente ons om onderzoek te doen naar gebruikelijke zorg. Want, waarom nam die andere volwassene de taken niet over? Meestal is het in zulke gevallen voor de huisgenoot net zo min te doen om de huishoudelijke taken te verrichten als voor de aanvrager, zodat er geen sprake is van voldoende gebruikelijke zorg om het probleem op te lossen. Dan stellen we dat vast, maken een verslag van onze bevindingen en vragen de gemeente alsnog om hulp in het huishouden toe te kennen omdat de hoofdaanvrager het zelf niet redt, maar ook niet kan rekenen op hulp van de huisgenoot.
Meestal…

De situatie van afgelopen week was anders.
De volwassene in huis was een man, die op zich goed in staat was om de huishoudelijke taken uit te voeren nu zijn moeder, bij wie hij weer was gaan wonen na te zijn vastgelopen in werk en wonen, dat niet meer kon, maar hij deed het niet.

Bij het gesprek waren ook twee zussen cq dochters van de familie aanwezig. Zij vertelden dat ze de regels over gebruikelijke zorg begrepen maar toch de gemeente hadden ingeschakeld omdat er een probleem ontstond dat ze zelf niet konden oplossen. Moeder kon het huishouden niet doen. De broer deed het niet. De zussen sprongen bij, maar woonden buiten de stad en moesten alles organiseren tussen werk, eigen huishoudens en gezinnen door. Ze zaten met hun handen in het haar…  ze vertelden dat ze zien dat het huis vervuilt, de bedden niet worden verschoond, de was niet wordt opgeruimd, de vaat blijft staan en de keuken niet gedweild, maar ook zij kunnen dat allemaal niet bijhouden.

De zoon zat bij mij aan tafel en toen ik zijn reactie vroeg gaf hij aan dat hij het huishouden wilde doen en dat ook kon.

Ik snapte nog niet helemaal wat het probleem dan was, dus probeerde feeling te krijgen met het hoe en waarom en babbelde wat met de broer en met de moeder en met de zussen en opeens werd het mij helder.

Recht op de vrouw af vroeg ik de moeder wat zij van de situatie vond. Ze vertelde dat ze het vreselijk vindt dat zij haar zoon moet vragen om het huis te poetsen. De moeder zei me dat ik toch ook wel begreep dat ze het belangrijker vindt dat haar zoon een prettig leven heeft, op pad kan met zijn vrienden en hopelijk ooit weer een leuke vrouw vindt dan dat hij voor haar moet zorgen.

En opeens hoefde ik alleen nog maar een heldere afspraak te maken: met de moeder.
Dat zij haar zoon de ruimte geeft om te doen wat er van hem verwacht wordt. Dat ze hem het huis moet laten poetsen nu zij dat niet meer kan. Dat ze dat maar moet zien als een bedankje voor alles wat ze in haar leven voor hem heeft gedaan en nog steeds doet. Dat de tijden veranderd zijn. Dat ook mannen tegenwoordig kunnen stofzuigen. Dat haar zoon het leuker vindt als ze de 100 haalt. Dat hij tijd genoeg over houdt om naar buiten te gaan om een vrouw te zoeken. Dat ze deze strijd moet opgeven.
Ze zuchtte nog wat, haalde haar schouders op en zei dat ze zich gewonnen gaf.

Nu bidden dat ze dat ook daadwerkelijk doet, want ik ken mijn pappenheimers…

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

Advertenties