Er is enorme röring over een chauffeur en een passagier.
De chauffeur is inmiddels ontslagen. Hoe het met de passagier is wordt niet vermeld. Vermoedelijk is zij uiteindelijk wel weer thuis gekomen.

Ik begrijp de commotie, want dat iemand zo tekeer gaat tegen iemand anders is op zijn minst onbeleefd te noemen, ja, zelfs onbeschoft. Dat het dan ook nog een chauffeur van de regiotaxi is en zijn passagier achter een rollator komt aanschuifelen maakt het geheel er niet beter op.

De passagier komt uit een winkelcentrum gelopen. Ze loopt moeizaam en steunt op de rollator. Ze loopt langzaam. Een beetje ongecoördineerd. Het lijkt wel of ze heel weinig spierkracht heeft. Een spasme misschien ook wel. Ze moet vanuit het winkelcentrum een grote hal door. Aan de overkant van die hal staat de taxibus te wachten.

De chauffeur is uitgestapt. In plaats van zijn passgier te begeleiden jaagt hij haar op. Hij loopt heen en weer tussen zijn passagier en zijn bus. Steeds meer geagiteerd. Steeds meer opgefokt.

Ik probeer me de situatie voor te stellen. De taxichauffeur staat onder druk. Dat is wel helder. Misschien is zijn bus vol met mensen die naar huis willen. Misschien had hij al wel enorme vertraging opgelopen onderweg. Misschien heeft een van de andere passagiers net een ongelukje gehad in zijn bus, overgegeven, in zijn of haar broek geplast of is er net een passagier uit zijn of haar bol gegaan omdat het allemaal het allemaal te lang duurde. Misschien heeft de chauffeur een heel nare situatie thuis, net ruzie met zijn partner gehad, een ernstig ziek kind… Dat hij kortsluiting had op het moment dat hij gefilmd is moet haast wel, want ik kan me niet voorstellen dat je dit soort werk gaat doen en ook niet dat je wordt aangenomen voor dit soort werk als je altijd zo doet tegen andere mensen.

Ik probeer me de situatie voor te stellen. De passagier heeft een boodschap gedaan, gewinkeld of een taartje gegeten in de tearoom van het winkelcentrum. Misschien had ze haar koffie nog niet op toen de chauffeur belde dat hij er aan kwam. Misschien moest ze nog naar het toilet. Misschien had ze een heel slechte dag en was ze langzamer dan normaal en kwam ze daarom niet op tijd bij de uitgang van het winkelcentrum waar ze zou worden opgehaald. De passagier was niet lekker op tijd buiten. Dat is wel helder.

Ik probeer me de situatie voor te stellen. Toevallig ken ik het winkelcentrum, want ik ben daar om de hoek opgegroeid en was er laatst nog met mijn moeder omdat het zo toegankelijk is voor mensen die met een rollator lopen. Mensen zoals deze vrouw. Mensen zoals mijn moeder. Ik weet dat er een parkeerplaats is voor mensen met een handicap vlak voor de ingang. Ik weet dat de taxibus op de stoep moet staan als de parkeerplaats vol is. Ik weet dat het best een end lopen is van de winkels over het plein van het winkelcentrum, door de hal, naar die stoep. Ik denk dat er geen bankje staat in de hal, noch daarbuiten aan de kant van de parkeerplaats.

Wat nou áls er een bankje had gestaan in de hal of buiten op de stoep, als de passagier daar op had gaan zitten wachten, de passagier op tijd richting taxibus was gelopen; wat als de chauffeur geen kortsluiting had gehad omdat hij niet onder druk had gestaan; wat als… als… als… en ik realiseer me dat het slagen of mislukken van een actie altijd van meerdere factoren afhankelijk is.

 

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

Advertenties