Als ik meneer uit de wachtkamer ophaal kijkt hij me boos vanonder diep gefronste wenkbrauwen aan. Hij stapt niet uit, maar rijdt met zijn scootmobiel de spreekkamer in . Hij botst tegen de deurpost en tegen de tafel. Als ik een stoel weghaal, zodat hij dichter bij tafel kan komen rijdt hij tegen mij op. Hij moppert en zegt dat de tafel veel te log is en te groot en ik in de weg sta. Ik geef hem gelijk en zeg dat het niet meevalt allemaal.

Ik zie een wandelstok achterop zijn scootmobiel en vraag of hij helemaal niet meer kan lopen, dat hij zijn scootmobiel niet buiten in de veel ruimere wachtkamer laat staan en naar binnen is gewandeld. Hij vraagt boos of ik zijn rapport niet heb gelezen en dat het nu juist om de scootmobiel gaat en het dus belangrijk is dat ik het ding zie. “Aha”, zeg ik, “ik begrijp dat er iets niet in orde is met het materiaal” en vraag of ik mijn gereedschap er bij moet halen. Dat vindt hij geen leuk grapje.

Hij vertelt dat er al allerlei monteurs langs zijn geweest, hij precies kan uitleggen wat er niet deugt en dat ook steeds doet, zij dan hier een moertje vastdraaien en daar een boutje vervangen en er weer vandoor gaan en hij nog steeds met een instabiel vervoersmiddel opgescheept zit en daarom maar weer naar het Wmo loket heeft gebeld.

Omdat hij boos blijft en mijn vragen niet echt beantwoordt, zodat ik de vraag niet helder krijg, duik ik achter mijn laptop wat dieper in zijn dossier. Hij zucht en moppert verder dat ik dat toch eerst had moeten doen en dat het toch allemaal niet zo moeilijk is. De scootmobiel rammelt aan alle kanten en daar moet iets aan gedaan worden en hij is al maanden bezig en niemand helpt hem verder. En… en… en… en… en…

Als ik vraag wie de leverancier is zegt hij dat hij dat niet weet. Ik loop om de scootmobiel heen op zoek naar een sticker. Hij blijft mopperen en mopperen en opeens ben ik het zat.

Ik ga aan de voorkant staan, zet mijn handen in mijn zij en vraag of hij zin heeft om het probleem op te lossen of dat hij graag alleen maar wil mopperen en voeg daaraan toe dat als hij voor het laatste kiest ik er even een cappuccino bij haal.
Hij kijkt me met grote ogen aan.
Ik weet even niet wat ik kan verwachten.
Dan barst hij in een schaterende lach uit.

Ik ga weer zitten en heel rustig en in opperbeste samenwerking zoeken we vervolgens uit wat er precies aan de hand is en wie er in actie moet komen om meneer van zijn probleem af te kunnen helpen. Aan het eind van het gesprek buigt hij zich naar me toe en zegt: “Ik heb veel relaties met Hollandse vrouwen gehad, maar zo eentje als jij ben ik nog nooit tegengekomen… wil je met me trouwen?

Na het gesprek loop ik bij mijn manager binnen en zeg dat ik mijn eerste klacht verwacht.
Verschrikt kijkt hij op.
Ik heb net een huwelijksaanzoek afgeslagen“. 😉

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

Advertenties