Laatst op huisbezoek trok de cliënt een volgende la open op zoek naar de beschikking over de verhuisindicatie. Hij was verhuisd van vier hoog naar één hoog en vroeg nu een traplift aan. Meestal is dit niet de geëigende weg, want meestal worden mensen geacht te verhuizen naar een traploze woning op de begane grond of bereikbaar met lift als ze een verhuisindicatie krijgen op basis van niet meer kunnen traplopen, maar omdat uitzonderingen de regels bevestigen was ik benieuwd naar het bericht dat de gemeente hierover had gestuurd.

Het huis was keurig opgeruimd, helemaal weer netjes ingericht.
De moeder van de man zat op de bank. Zij had de deur voor me open gedaan. Dat kon haar zoon niet meer. Zo benauwd was hij.
Hij zou eigenlijk moeten stoppen met roken. Maar ja…
Hij had ook eigenlijk niet één hoog moeten gaan wonen. Maar ja…
Hij had heel veel dingen beter anders kunnen doen. Maar ja…

De bank lag inmiddels bezaaid met enveloppen, plastic mapjes waar brieven uitstaken, opgevouwen A4tjes en ordners met nog meer papieren die in schijnbaar logische volgorde opgeborgen waren, maar waar noch cliënt noch zijn moeder iets in konden terugvinden.

“Al die instanties ook”, verzuchtte de moeder
“Godverd… “, zei de cliënt

De spanning liep verder op, dus ik besloot het even over een andere boeg te gooien. Op kantoor zou ik wel rustig gaan zoeken wat ik kon vinden. Als ik nog vragen zou hebben zou ik bellen. Zo zei ik. En om de frustratie wat te verzachten voegde ik er aan toe dat ik regelmatig bijscholing moet doen om te blijven snappen hoe het allemaal zit, dus dat ik heel goed begreep dat zij door de bomen het bos niet meer zagen. Ze hadden wel wat anders aan hun hoofd tenslotte met die benauwdheid, een infectieziekte, clean blijven, het huis op orde houden, foute vrienden buiten de deur houden, niet in schulden komen en ook nog een beetje leven.

Een paar dagen later zie ik een man op spreekuur, die duidelijk moeite heeft met beantwoorden van mijn vragen.  Hij vraagt aanvullend openbaar vervoer aan, want snapt niet hoe het met het reguliere openbaar vervoer werkt. Hij heeft constant hoofdpijn. Begrijpt niet wat de dokter wil dat hij doet. Hij woont alleen. Een zus helpt hem en ging met hem op pad als hij ergens naar toe moest. Ze deden samen boodschappen en ze hielp hem met zijn financiën. De zus is ziek geworden en hij is al een paar maanden niet buiten geweest. Tot nu. Tot deze afspraak. Tot zijn buurvrouw hem vertelde dat hij een aanvraag kon doen bij de Wmo. De buurvrouw heeft hem naar het spreekuur gebracht en neemt hem straks weer mee naar huis. Waar hij weer op de bank gaat liggen… slapen… want, zegt hij, dan hoeft hij even niet na te denken. De post opent hij niet. Bang als hij is dat er rekeningen in zitten, die hij niet kan betalen.

Sinds een aantal jaar is hij afgekeurd. Hij heeft altijd gewerkt. Van alles gedaan. Maar kan niks meer.

En dan BAM! Komt de vlog van Kees Kraaijeveld binnen. De titel is ‘de illusie van zelfredzaamheid’*  Ik schrik me rot van het cijfer als hij vertelt dat 2,5 miljoen mensen zwak begaafd of zwakker zijn. 2,5 Miljoen!!! Dat is 16%. Dat is 1:6. Dat is in ieder blok met rijtjeshuizen minstens 1 of 2 volwassenen en een paar kinderen. Hij relateert dit aan wat we vragen van onze inwoners op het gebied van zelfredzaamheid, zelfstandigheid en participatie.

Heel mooi in zijn vlog vind ik dat hij niet met een ‘tig punten plan’ voor de oplossing komt, maar ons uitdaagt dit te laten inzinken, ons er bewust van te zijn en dit gegeven onder ogen te zien.

Want, deze 2,5 miljoen Nederlanders moeten het doen met een mindere mate van probleemoplossend vermogen en zijn daarmee niet in staat tot zelfredzaamheid in onze steeds complexer wordende samenleving, maar dat vragen we wel van hen. We vragen van hen dat ze weten hoe ze voor zichzelf moeten zorgen om een beetje gezond te blijven, dat ze kunnen lezen, begrijpen wat ze lezen, dat ze de weg weten op internet, dat ze internet hebben, dat ze bereikbaar zijn, telefoon hebben, hun brievenbus legen, ambtelijke taal kunnen vertalen, in bezwaar gaan als ze het ergens niet mee eens zijn, zich aan afspraken houden, snappen wat er van hen gevraagd wordt… allemaal vaardigheden waarover je moet kunnen beschikken.

Kees Kraaijeveld eindigt met “als we een beschaafde samenleving willen blijven zullen we de illusie van zelfredzaamheid onder ogen moeten zien
Dat dus…

Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over maatschappelijke ondersteuning anno nu.

*) De illusie van zelfredzaamheid – Kees Kraaijeveld – Kwartslag Kort

Advertenties