De laatste weken hang ik regelmatig rond in de horeca. Ff een koffietje doen met mijn zus, een hapje eten met een vriendin, een lunchje pakken, een pintje vatten, een zakelijke afspraak bij de Barista of een meet up met ontbijt. Van die dingen…

Zo zat ik hippe bites te happen in een tent waar ‘urban style en goede vibes hand in hand gaan’, dronk ik blauwe koffie (iets met Butterfly pea en kokosmelk), die barstensvol anti-oxydanten zou zitten (en heerlijk smaakte) en liet ik mij verrassen door een zoete proeverij hier en een fruitige wijn daar.

Wat mijn metgezellen opviel was de diversiteit aan smaakjes, geurtjes en kleurtjes en het feit dat er zo lekker veel glutenvrij, suikerarm, biologisch dynamisch verantwoord, 100% vegan enzovoorts enzovoorts producten te bestellen waren in al die kekke tentjes.

Wat mij opviel (en ja, ik moet toch eens een goed ander woord vinden voor ‘beroepsdeformatie’) was dat er zoveel van die tenten zo slecht toe- en/of doorgankelijk waren, ik voor het toilet heel vaak een trap af moest of een smal deurtje door en dat we overal en nergens aan tafeltjes werden gepropt waar met geen mogelijkheid een rolstoel bij zou kunnen.

De anti-gluten en anti-van-alles-en-nog-wat is big business. Al die mensen, die niet meer komen eten als ze overal stokbrood bij krijgen of waar van kleurstoffen direct de pukkels in hun nek komen te staan, zijn vette klanten. Die willen we natuurlijk niet kwijt, dus zetten we groene sapjes op de menukaart naast alcoholvrije bubbels en rauwe taartjes.

De rolstoelers zijn blijkbaar geen business. Zo sprak ik laatst een uitbater aan met: “Nou heb je zo’n hele hippe tent in een booming straatje en dan kunnen mijn vrienden in een rolstoel niet bij je naar de plee! Die mensen willen ook gewoon andere mensen ontmoeten en borrelen bij jou op het terras in plaats van thuis een beetje te zitten Tinderswipen…” Waarop hij zei dat hij er naar zou kijken…

Een andere uitbater, die ik vroeg of iemand in een rolstoel bij hem alles gratis kreeg, nadat ik weer van de bar was geklommen, waar ik overheen had moeten hangen om aan de andere kant mijn pincode te kunnen intoetsen, zag dat anders. “De kans dat hier een rolstoeler komt is nihil“, zei hij. “Ja“, zei ik, “Dat raadt je de koekoek. Die kunnen niks bij je gebruiken, want ze kunnen niet pinnen!

Dus nu wacht ik op de dag dat ontdekt wordt dat het geld van ‘de gehandicapte’ ook niet van Monopolie is en als businessmodel wordt ingezet. Wedden dat we dan opeens geen drempels meer hebben?

👊
Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Het boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.