Een keurige heer zit in de wachtkamer. Het is zelfs nog veel te vroeg voor de eerste afspraak, zó vroeg is hij.

Ik was al om 4 uur wakker. Ben blij dat ik er ben! Ik was zó zenuwachtig! Wist niet precies waar het was en hoe ik er moest komen… en.. en… en… Ik ben zó blij dat ik u zie!!!” zegt hij.

Ik geef hem een hand, heet hem welkom en zeg:
En ík ben heel blij dat u er bent!“.

Ik vraag of hij koffie wil of iets anders en zeg dat ik nog even mijn laptop moet opstarten. Hij hoeft niks. Is blij dat hij er is en zegt nog een keer dat hij zo blij is om mij te zien. De man zegt dat ik vooral koffie moet nemen en zegt nog een keer dat hij blij is… om me te zien…

Hij heeft allerlei paperassen bij zich. Van medicatielijsten tot röntgenuitslagen, al zijn identiteitsbewijzen, zijn parkeerkaart, de meting van zijn hartritme en een papier van de belastingdienst. Hij spreidt het allemaal uit over tafel.

Hij komt voor een aanvraag voor een financiële tegemoetkoming meerkosten verhuizen. Daaraan gekoppeld is een zogenaamde ‘verhuisindicatie’. Met zo’n verhuisindicatie kom je wat sneller in aanmerking voor een woning. Het blijft lastig om een ander huis te vinden, zeker in Amsterdam, maar het helpt iets.

Ik vraag wat precies het probleem is in zijn huidige woning en al pratende vraag ik hoe hij het allemaal regelt met boodschappen, het huishouden, zijn persoonlijke verzorging. Hij redt het allemaal nét, zegt hij. Of eigenlijk nét niet. De man slaakt  een diepe zucht en zegt dat hij gewoon hartstikke eenzaam is en dat hij zó blij is dat hij even met me mag praten.

Dan vertelt hij dat hij bezig is met een huis in de straat. Eenzelfde woning als die hij nu heeft, maar dan op de begane grond. Zonder trappen dus. Want die zijn nou net het probleem. Maar hij is bang dat die woning niet meer gaat lukken. Voordat de indicatie rond is, is dat huis natuurlijk al weg, verzucht hij nog eens. Hij vertelt dat hij geen contact met de buren heeft. Iedereen is druk, werkt, moet voor een gezin zorgen of is amper thuis.

Iedere dag drinkt hij wel even een kop koffie in een cafeetje in de buurt. Als hij niet teveel pijn heeft om de deur uit te gaan. In dat cafeetje blijft hij dan even hangen en praat wat of kijkt alleen maar. Maar het is gevaarlijk op straat. Soms worden oudere mensen bij hem in de buurt zomaar met een mes gestoken. Voor die portemonnee waar niks in zit, want alleen AOW is niet zoveel, zegt hij nog. Zeker niet nadat je de koffie hebt afgerekend. “En in dat café kun je ook niet de hele dag blijven zitten op één bakkie“, vult hij nog aan.

In het gesprek vertelt hij ook over de tweede wereldoorlog. En over de hongerwinter in Amsterdam. Hij praat over ‘moffen‘. Niemand gebruikt dat woord nog. Hij vertelt over de tijd dat hij zelf moest vechten. In het buitenland. Hij haalt herinneringen op aan zijn werk, de plaatsen waar hij heeft gewoond, de studie die hij heeft gedaan en hoe hard werken dat was en aan de vrouw die hij heeft liefgehad. Niemand kent de verhalen nog. Niemand weet waarover hij het heeft. Zijn lieve vrouw is al jaren geleden overleden. Hij praat erover met zichzelf en valt in herhaling, zegt hij.

Vanavond gaat hij met een van zijn kinderen op internet zoeken naar een seniorenwoning. Dan hoeft hij hopelijk alleen maar de gang door te lopen voor die kop koffie en dan hebben mensen tijd én dezelfde herinneringen om te delen.

Hij lacht. Voor het eerst sinds hij binnen is.

Als hij weggaat krijg ik een handkus.
Dag lieve dame“, zegt hij “Ik ben zó blij dat ik u gesproken heb“.
Ik maak een reverence en wens hem, recht vanuit mijn hart, een fijne verhuizing.

👊

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.