Een keurig nette meneer doet de deur open. Hij heeft een lekkere eau de toilette op. Ik herken het geurtje wel, maar kan het niet thuisbrengen. Het huis is netjes opgeruimd. Alleen ruikt het wel alsof het al een tijdje niet lekker is doorgewaaid.

Onze afspraak gaat over een aanvraag voor hulp bij het huishouden. De man doet nog zoveel mogelijk zelf, maar kan heel veel niet meer. Hij vertelt dat zijn dochters hem niet kunnen helpen, omdat zij allebei een ernstige aandoening hebben en zelf hulp nodig hebben. Zijn vrouw is vorig jaar, na een lang ziekbed, overleden.

We nemen met elkaar door wat hij nog zelf kan en wat niet en wat er kan worden overgenomen door hulp vanuit de Wmo… en wat niet. De  man raakt duidelijk van slag door dit laatste punt en als ik hem vraag wat er is barst hij los. Hij is hartstikke blij met alles wat er kan en had niet geweten hoe hij zonder dit verder zou moeten, zegt hij, want hij kan het echt niet meer, maar hij loopt vast in de weg niet meer kunnen vinden en zijn probleem niet opgelost krijgen. De bovenkant van de keukenkastjes is vies. Dat moet wel, zegt hij, want daar is al jaren niemand meer met een lapje bovenop geweest. En wat te denken van zijn overhemden? Hij hangt ze nat op, maar dat haalt niet alle kreukels er uit en hij wil er niet bijlopen als een zwerver. En wat te denken van de hoeken van de kamer. Ondanks dat hij niet meer zo goed ziet, ziet hij heus wel dat die vol spinrag zit. De hulp krijgt dus geen tijd voor dit soort grotere klussen, zelfs niet om te strijken. Hij wil het wel doen, maar hij kan het niet en hij heeft geen geld om extra hulp in te kopen en er is echt niemand die dat even voor hem kan doen… Hoe moet dat dan allemaal, vraagt hij, maar niet echt aan mij.

Zijn jas is versleten, zegt hij, en hij heeft geen geld voor een nieuwe, want zijn wasmachine is laatst stuk gegaan. Ook zoiets. Hij vertelt dat hij bij het gemeenteloket is geweest en dat niemand hem kon vertellen waar hij wel de hulp zou kunnen vinden die hij nodig heeft. Iets van bijzondere bijstand. Iets van een club die voor niet al te veel geld die extra taken kan doen. De man vertelt dat de meisjes aan het loket drukker waren met hun telefoon dan met hem en dat ze hem aankeken alsof hij helemaal gek geworden was. Hij is van het kastje naar de muur gestuurd, zegt hij en nu zit hij zonder geld, heeft nog steeds geen wasmachine en bovenop die keukenkastjes ligt het vast vol muizenkeutels.

Ik laat hem even uitrazen, want voel zijn frustratie. De frustratie van wel willen, maar niet kunnen en van niet de weg weten en als je denkt dat je die gevonden hebt vastlopen in een steegje. Toch besluit ik de draad snel weer op te pakken als hij even stopt om adem te halen en zeg dat ik hem snap, maar dat wij het probleem met zijn tweeën vandaag niet gaan oplossen en stel voor om te kijken wat er wel kan. In eerste instantie kijkt hij mij strijdlustig aan. Hij sputtert dat ik toch niet de zoveelste ga zijn die hem met een kluitje het riet in stuurt. Ik zeg hem dat hij dat na afloop mag bepalen, maar alleen als we een eerlijke wedstrijd spelen en ik de kans krijg om een gesprek met hem aan te gaan. Dat wordt de deal.

We lopen de indicatie door en daar waar de Wmo niet in voorziet zoeken we naar een oplossing daarbuiten. Zo praten we over vrijwilligersorganisaties en laat ik het telefoonnummer achter van de organisatie die in zijn buurt werkt. Ook zoek ik op internet naar de regeling, die de gemeente heeft getroffen voor mensen die van een enkele AOW moeten rondkomen. Ik laat hem zien wat ik gevonden heb, schrijf de site voor hem op en terwijl ik zo babbel noem ik het woord armoede, raak van schrik met mijn eigen tong in de knoop en kijk hem aan om te peilen of hij dit heeft gehoord en wat hij daar dan van vindt.

De man leunt naar achter en glimlacht breeduit. “Precies dat, meisje, dát is het“, zegt hij “Het is echt armoe troef. En ik heb het idee dat niemand doorheeft dat ik daar in zit, omdat ik mijn best doe er netjes uit te blijven zien, iedere dag onder de douche doorloop en zorg dat mijn kleren schoon en zo goed en zo kwaad als het kan gestreken zijn. Ik scheer me op tijd en als ik een afspraak heb doe ik een lekker luchtje op…

Nu die keukenkastjes nog…

🌻
Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.