Nadat ik naar binnen ben gestapt staan we een soort van klem in de hal. Of ik mijn jas uit wil doen. Dat wil ik, dus ik hang hem aan de kapstok. De voordeur waait open en ik zie dat er alleen een nachtslot op zit. Ik vraag of ik het nachtslot er op zal draaien. Zij antwoordt bevestigend en voegt er aan toe dat ik naar links moet draaien. Ik draai naar rechts en moet om mezelf lachen. Zij vraagt of ik niet weet wat links en rechts is en vult dit aan met dat ik toch zeker ook wel auto rijd en het dan toch wel zal weten, gevolgd door een ‘tssss…’ Ik grinnik en bedenk me dat de dame dan misschien wel bijna 100 is, maar niet op haar achterhoofd gevallen. Dat laatste blijkt nou net wel te zijn gebeurd, maar dat hoor ik pas later. “Blijkbaar weet ik even niet wat links en rechts is“, zeg ik “maar het is gelukt, de deur zit dicht” als ik het slot de juiste kant op heb gedraaid.

Ze gaat me voor naar de woonkamer. Als we haar gegevens doornemen vertel ik haar dat we op dezelfde dag jarig zijn. Zij stelt vast dat zij eerder is geboren dan ik en yep, dat is helemaal waar. Er volgt een geanimeerd gesprek waarin ik vaak het laatste woord aan haar overlaat. Er is niks mis met haar hoofd, behalve dat ze laatst is gevallen, met haar hoofd op de vensterbank. Ze neemt niet zomaar genoegen met wat er gezegd wordt, vraagt door, vult aan en verscherpt en verbetert me als ze vindt dat dat nodig is. Ik hou daar wel van.

Als ze zegt dat ze eigenlijk helemaal niet begrijpt waarom ze zo oud is geworden wacht ik even rustig af wat er gaat komen. “Als je mijn leven zou kennen, zou je weten waarom ik dat zeg” en dan vertelt ze…

Na mij te hebben meegenomen in een notendop van haar leven doorbreekt ze opeens haar gedachten, kijkt me met een scheef hoofd aan en zegt dat we concurreren wat haarkleur betreft. Ze vraagt of ik ook al zo jong grijs geworden ben. “U wint“, zeg ik “mijn kleur is hartstikke nep. Vroeger was ik blond en nu wordt het witter en witter, dus ik denk dat ik inmiddels gewoon grijs ben en de waterstofperoxide te hard inwerkt“. Ze moet er smakelijk om lachen. Ze vertelt dat zij wel heel jong was en dat haar zwarte haar al begon te grijzen toen ze nog een twintiger was en dat het witter en witter is geworden om al snel alle kleur te verliezen. Gewoon vanzelf.

We bespreken wat we moeten bespreken, nemen afscheid met een ferme hand en ik bedank haar voor de mooie ontmoeting, want dat was het.

Als ik met de auto op weg ben naar mijn volgende afspraak bedenk ik me dat ik waarschijnlijk ook jong alle kleur verloren had als ik in haar schoenen had gestaan. Als twintiger, midden in een oorlog waar niemand van haar familie levend uit zou komen…

🌻
Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.