Door filedrukte
(… waarom botsten al die mensen toch steeds op elkaar? kunnen we elkaar niet gewoon een beetje ruimte gunnen? zitten we teveel op die telefoontjes te koekeloeren of te proberen onze coffee-to-go niet over onze nette kleren te laten kukelen tijdens het rijden? zijn we niet meer in staat ons te concentreren op wat we aan het doen zijn? ik ben voor meer ‘zen’ in het verkeer, ofwel mono rijden… maar dit terzijde…)
ben ik laat in Amsterdam.

Niet fijn, want dat betekent dat alles opschuift en ik weet dat er later op de dag iemand een afspraak heeft na onze afspraak, dus word hier wat onrustig van.

Om files te vermijden heb ik mijn planning al structureel laten aanpassen, zodat ik ná de file pas de weg op hoef om op tijd op mijn eerste afspraak te zijn, maar vandaag waren alle brokstukken nét opgeruimd toen er opnieuw brokken gemaakt werden. Zucht. Het is niet anders, bedenk ik me, en ik moet maar gewoon roeien met de riemen die ik heb.

Eén van de dochters doet open. Ik bied mijn excuses aan voor mijn late verschijnen. Het is niet erg. Zij zijn de hele dag bij hun moeder. Zegt ze.

De moeder zit op de bank. Ik neem in een stoel plaats tegenover haar.
Met de dochters maak ik een grapje over het bijgeloof van het op de grond zetten van je tas. Dat heb ik dus afgeleerd nadat ik een paar keer gewezen ben op het geloof dat het armoede veroorzaakt om je tas op de grond te zetten. Tot nu toe heeft nog niemand me kunnen uitleggen waar dit bijgeloof vandaan komt. Wordt je tas eerder leeggeroofd als ie op de grond staat? Gaan muizen en ratten er mee vandoor? Ik weet het niet, maar arm willen we natuurlijk niet worden, dus tegenwoordig zet ik mijn tas ergens op of hang hem ergens aan. Het valt één van de dochters op, omdat de meeste ‘hollanders’ hun tas op de grond naast hun stoel zetten en ik dus niet. We moeten er om lachen.

In eerste instantie neemt de moeder niet deel aan het gesprek. De dochters doen het woord en samen bespreken we de aanvraag voor verlenging van hulp bij huishouden vanuit persoonsgebonden budget. Het gaat goed zo. Iedereen is tevreden. Mantelzorg en professionele zorg worden gecombineerd. Alle drie de kinderen zetten zich actief in. Moeder wordt overal bij betrokken. Het loopt op rolletjes en is goed vol te houden zo.

Ik krijg niet goed scherp of de moeder het gesprek volgt of dat ze in haar eigen wereld leeft. Af en toe zie ik haar naar mij kijken. Een paar keer draait ze haar ogen weg als ik contact wil maken.

Dan opeens, als het gesprek gaat over het doen van de boodschappen en het klaarmaken van de maaltijden, veert ze op. Ze houdt haar hoofd wat schuin. Alsof ze me dan beter kan horen. Ze kijkt me aan. Ze lacht. Ze vertelt hoe het hiermee gaat. Als ik haar vraag wat ze het liefst eet klakt ze met haar tong en zegt dat ze het liefste soep eet, “al kan ik het botje niet meer zuigen“. Vanaf dan haakt ze aan. Ze praat mee, vertelt wat ze wil en hoe het gaat, waar ze blij mee is en wat er nog beter kan. Ze laat weten dat ze niet meer alleen naar buiten gaat. Ze vindt het niet erg. Ze is al zo vaak buiten geweest. Ze heeft een achtertuin. Die wordt door de kinderen bijgehouden. Ze gaat ook altijd met een van haar kinderen naar afspraken. Dat is genoeg. Als ik haar vraag of haar kinderen een beetje goed voor haar zorgen, maakt ze een gebaar naar boven en zegt dat ze de heer dankt. Ja dus. “Fijn zo“, zeg ik.

Opeens vraagt ze of ik in Suriname ben geweest. “Je lijkt een beetje op een Surinamer“. Ik barst in lachen uit en vertel dat ik door sommige (Surinaamse) vrienden wel ‘de witte Surinamer’ wordt genoemd. Ze zegt dat ze niet goed weet waarom ze dat vindt. Iets in mijn beweging. Misschien mijn haar. De manier waarop ik lach. Ik vertel dat ik mezelf altijd maar gewoon wereldburger noem. Volgens mij pas ik namelijk overal, kan ik me overal thuis voelen en ik lust alles. Ook zij barst nu in lachen uit.

Bij het afscheid pakt ze mijn hand, knijpt er in en zegt: “Schatje, wat wilde ik graag dat ik nog in Suriname woonde en dat jij me dan zou komen opzoeken“. Ik krijg een bigi brasa en ga met een glimlach de deur uit.

Als de dochter meeloopt naar de deur en zegt “Wow, zoveel heeft ze in tijden niet gesproken” wordt mijn glimlach nog een beetje groter.

Ik vergeet gewoon helemaal dat ik stress had…

🌻
Sandra
Wmo adviseur

©2019 de Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Over werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand?
Bestel hier jouw exemplaar van het boek ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.