Naar aanleiding van een filmpje dat ik postte over de 99 club werd mij de vraag gesteld: ‘Zouden we met minder welvaart meer naar elkaar en elkaars behoeften omkijken? Eerder die helpende hand toesteken als de buurvrouw van 90 haar haag gesnoeid moet hebben zodat zij van haar pensioentje niet iemand van 20 euro per uur hoeft in te huren? En we daardoor misschien ook minder aangewezen zouden zijn op hulp vanuit de Wmo bijvoorbeeld?’

Met minder welvaart is er ook minder mogelijk.

Wat ik me wel kan voorstellen is dat als je weet wat het is om iets niet te kunnen (doen of betalen) het wel eerder ziet als iemand iets tekort komt. Maar, als je zelf dan druk bent met overleven heb je misschien juist weer minder aandacht voor de ander.

In onze huidige samenleving zit het in mijn optiek niet zozeer in dat we meer naar elkaar moeten omkijken. Natuurlijk kan dat op veel plekken beter, maar kijk eens naar het leger vrijwilligers dat zich inzet om mensen te ondersteunen. Nederland bv draait op vrijwilligers en ik vermoed dat we pas écht weten wat zij met elkaar voor onze samenleving doen als zij massaal besluiten een dag te gaan staken.

In het boek ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman wordt onderbouwd dat mensen echt wel bereid zijn voor elkaar te zorgen. Ook ken ik buurten waar de een de tuin van de ander onderhoudt en de ander dan de een weer helpt met de belastingaangifte. Net als in ons eigen straatje waar de een de heg knipt en de ander de kliko’s aan de straat zet en als er een kind huilt er altijd wel een buur is die even checkt of het kind wel wordt opgevangen. Ik schreef er over in mijn boek ‘O, dus dát is Wmo!‘.

Wel hebben we tijdgebrek. Veel mensen moeten keihard werken om rond te komen en als iemand een uitkering heeft moet ie vooral aan het werk. Daar kan de druk niet verder worden opgevoerd. In mijn persoonlijke leven verdelen we ook de taken nu onze mams wat meer ondersteuning nodig heeft. Niemand van ons kan alles doen. Gelukkig zijn we met elkaar. Als je enig kind bent kun je niet in de groepsapp overleggen wie wat wanneer gaat doen. Als je geen kinderen hebt kun je niet terugvallen op wat je hebt grootgebracht. Als ik de 80 mag halen zijn we met een hele grote groep 80ers en veel minder kinderen dan nu. Dan kunnen we elkaars tuin niet meer onderhouden, want dan kan niemand meer op zijn knieën door de aarde wroeten. Dan zullen we dus echt iets anders moeten organiseren en wordt de hoop ijdel dat we kunnen terugvallen op ons netwerk.

Volgens mij is dus niet het meer naar elkaar omkijken de oplossing voor de grote zorgvraag. Niet iedereen is zelfredzaam en niet iedereen heeft een netwerk lezen we in de krant* naar aanleiding van een onderzoek van het CBS.

Volgens mij is de oplossing dat we beter voor elkaar zorgen.

Zorg bijvoorbeeld dat bij een renovatie niet van die hoge drempels worden teruggelegd, zorg direct voor automatische deuropeners als je een nieuw gebouw neer gaat zetten voor ‘levensbestendige bewoning’ met zware drangers op de deur, omdat dat moet vanwege de veiligheidsvoorschriften, zorg dat het OV bereikbaar blijft, net als eerste hulpposten, therapiepraktijken, winkels, openbare gebouwen, horeca, scholen, enz enz. Zorg nou gewoon eens voor die 2 miljoen mensen in ons land die een zogenaamde beperking hebben. Een beperking die vaak alleen maar een beperking is omdat de omgeving niet is ingericht op functionele diversiteit, maar gebaseerd op de standaard van de tweevoeter met twee handen en een bepaalde lengte, kracht en uithoudingsvermogen en dus niet op mensen die geen benen maar een rolstoel hebben of maar één hand of wat dan ook. Zorg dat de bedoeling van de wet niet wordt vergeten en de wet goed wordt uitgevoerd, zodat mensen daadwerkelijk maatschappelijk ondersteund worden.

Zorg dat de wereld anders wordt ingericht en er zijn minder mensen beperkt.

Als we de wereld anders inrichten zijn er minder mensen die hulp nodig hebben en kunnen we in alle rust naar elkaar omkijken bij een gezellig kopje koffie in plaats van dat we moeten redderen omdat onze medemensen anders in de gaten vallen, die zijn ontstaan toen we de zorg op de markt gooiden en de verantwoordelijkheid voor elkaar over schuttingen kieperden.

Ik ben voor.
Jij?

Sandra
🌻

©2020 de Wmo adviseur

Bestel hier jouw exemplaar ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.
Opgetekend aan de hand van verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel.

 

“Vol compassie en heel objectief beschrijft Sandra de mensen die ze in haar werk ontmoet. Van de Marokkaanse oma’s tot de stoere mannen met tattoos. Beiden met problemen waar ze ondersteuning bij nodig hebben. Ik ben telkens weer ontroerd. Zijzelf trouwens ook. De verhalen van haar cliënten raken haar echt. Ze krijgt knuffels, dankbaarheid en begrip maar komt ook knorrige mensen tegen. Aanrader voor alle consulenten en verder voor iedereen die betrokken is bij het sociale domein! Eigenlijk vind ik het gewoon een heel goed boek wat iedereen zou moeten lezen!”

Anne Vrieze – directeur WWZ academie online opleidingen (Wmo) en auteur van het boek ‘Gezond verstand in het sociaal domein’

Meer reacties lees je hier