Als er een aanvraag is gedaan voor een traplift probeer ik altijd met de aanvrager zelf het beeld helder te krijgen van wat dit dan betekent en hoe het er uit zou zien als degene, die de trap niet meer kan belopen, met die lift omhoog en omlaag de trappen overbrugt én ook over hoe het er uit zou zien als diegene verhuisd zou zijn naar een sowieso toegankelijke woonsituatie.

Ik werk in Amsterdam en dan snap je dat een traplift soms gewoon helemaal niet kan, vanwege te smalle trapportalen, die ook nog door andere bewoners gebruikt worden en op basis van veiligheidsvoorschriften een minimale vrije ruimte moeten houden naast een traplift. Soms kan het wel, maar is de vraag of het eigenlijk wel de wens zou moeten zijn. Daarover ga ik het gesprek aan. Ik praat dus niet alleen over of het volgens de wet en de brandvoorschriften kan of niet, maar ook over wat de vraag überhaupt heeft doen stellen. Wat is de motivatie van de traplift als oplossing?

Daar denk ik aan als ik vandaag lees dat de brandweer drie mensen uit een brandend huis heeft kunnen redden. Ze zaten vast op de eerste verdieping van de woning. Twee van de drie hebben teveel rook ingeademd en moesten naar het ziekenhuis. De derde is ok. Zoiets kan iedereen natuurlijk gebeuren. Als de trap naar de begane grond in de hens staat bijvoorbeeld. Zolang je dan nog uit het raam kan springen of op het dak kan klimmen heb je nog een kans. Als dat niet meer kan wordt het een ander verhaal en dan is de enige hoop dat de brandweer op tijd ter plekke is en ook jouw schade tot het inademen van rook beperkt blijft.

Als ik op huisbezoek de trappen heb beklommen en zittend op de bank op adem kom achter een glaasje water dat de vrouw schuifelend achter haar rollator uit de keuken heeft gehaald, schets ik haar het beeld van een traplift. We rekenen uit hoeveel tijd het gaat kosten om naar beneden en/of naar boven te gaan. We bedenken wat ze mee kan nemen met de traplift (en wat niet). Ik schets ook het beeld van een woonsituatie waar ze zo in en uit kan rollen, de lift in, naar beneden, naar de straat, naar buiten en weer terug. Ondertussen let ik goed op haar. Ik probeer de veranderingen in houding, spanning / ontspanning, mimiek te zien in relatie tot de verschillende scenario’s en geef terug wat mij opvalt. Als check.

Soms willen mensen echt – gewoon.echt.niet  – weg van waar ze wonen.
Soms willen ze dit eigenlijk wel heel erg graag, maar weten ze niet hoe.
Aan mij de taak om dit verschil bovenop die keukentafel te krijgen.

De vrouw in mijn verhaal is inmiddels verhuisd, weet ik. Toen ik bij haar buurvrouw was voor een aanpassing aan de woonruimte kwam ze stralend van oor tot oor de galerij op gerold om me te bedanken. De traplift was wat zij kon bedenken. Wat ze nu heeft is een net zo fijn huis als haar oude huis in een net zo fijne buurt als de oude buurt met een net zo fijne buurvrouw als de oude buurvrouw en véél meer bewegingsvrijheid.

Werken met de wet in je ene en je hart in de andere hand… – zucht – … het is echt het mooiste wat er is.

Sandra
🌻

©2020 de Wmo adviseur

Bestel hier jouw exemplaar ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.
Opgetekend aan de hand van verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel.

 

“Vol compassie en heel objectief beschrijft Sandra de mensen die ze in haar werk ontmoet. Van de Marokkaanse oma’s tot de stoere mannen met tattoos. Beiden met problemen waar ze ondersteuning bij nodig hebben. Ik ben telkens weer ontroerd. Zijzelf trouwens ook. De verhalen van haar cliënten raken haar echt. Ze krijgt knuffels, dankbaarheid en begrip maar komt ook knorrige mensen tegen. Aanrader voor alle consulenten en verder voor iedereen die betrokken is bij het sociale domein! Eigenlijk vind ik het gewoon een heel goed boek wat iedereen zou moeten lezen!”

Anne Vrieze – directeur WWZ academie online opleidingen (Wmo) en auteur van het boek ‘Gezond verstand in het sociaal domein’

Meer reacties lees je hier