Omdat ik de bel niet hoor, bel ik nog een keer aan. Ik wacht rustig af en realiseer me dat als dit de tweede keer is dat ik effectief op de knop heb gedrukt ik nu misschien iemand tegen het zere been heb gestoten. Op de deur hangt namelijk een papier met heel grote letters dat vertelt dat de bewoner moeilijk loopt.

En ja hoor, nog voordat de deur open gaat hoor ik al een hoge stem, die fulmineert dat er toch een papier op de deur hangt en dat ik niet zo ongeduldig moet zijn. Dat het mijn schuld is als hij nu over zijn eigen benen struikelt omdat hij gestresst is en van alles en nog wat meer…

De deur gaat open en de man kijkt me met vurige blik aan.
Hij haalt adem om mij nog een keer omver te blazen en scheld me luid voor van alles en nog wat uit.
Ik blijf rustig op de stoep staan.

Het is koud. Het waait.

“Kom naar binnen!” sommeert hij.
“Nee”, zeg ik
“Ik hoorde de bel niet en heb toen nog een keer aangebeld. Kan gebeuren. Daar hoef je me niet zo voor te gaan uitschelden.”

De man is even van zijn stuk en gaat dan verder met schreeuwen en zegt dat ik vooral nog een keer moet aanbellen. Dat de bel zo hard is dat de hele buurt hem hoort, dus dat ik hem onmogelijk niet heb kunnen horen, enzovoorts.

Nou, bel dan aan!”
Nee“, zeg ik weer.
Ik geloof zo ook wel dat de bel zo hard is dat de hele buurt het hoort, maar jij moet mij geloven dat ik de bel de eerste keer niet heb gehoord en heus niet expres twee keer op de bel heb gedrukt. Waarom zou ik dat doen? Om jou te pesten??? Ik heb dat briefje ook gezien én ik heb je dossier gelezen, dus ik weet ook wel dat je niet naar de deur komt huppelen.

Hij zegt even niks…

Dan vervolg ik: “En dit gaan we overnieuw doen. Dit is geen lekkere start van ons gesprek en we hebben werk te doen”. Ik trek de deur dicht en klop zachtjes aan. De man doet een beetje verbaasd de deur weer open, kijkt me aan en weet volgens mij even niet wat hij met me moet. Dan begint hij te lachen en zegt met een scheef hoofd: “Jij bent ook gek zeg“. Ik steek mijn hand uit en zeg: “Aangenaam”.

Of ik koffie wil.
Dát lijkt me nou eens een goed plan.

Sandra
🌻

©2020 de Wmo adviseur

 

Bestel hier jouw exemplaar ‘O, dus dát is Wmo!’.
Hét boek over de bedoeling van maatschappelijke ondersteuning.
Opgetekend aan de hand van verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel.

 

“Vol compassie en heel objectief beschrijft Sandra de mensen die ze in haar werk ontmoet. Van de Marokkaanse oma’s tot de stoere mannen met tattoos. Beiden met problemen waar ze ondersteuning bij nodig hebben. Ik ben telkens weer ontroerd. Zijzelf trouwens ook. De verhalen van haar cliënten raken haar echt. Ze krijgt knuffels, dankbaarheid en begrip maar komt ook knorrige mensen tegen. Aanrader voor alle consulenten en verder voor iedereen die betrokken is bij het sociale domein! Eigenlijk vind ik het gewoon een heel goed boek wat iedereen zou moeten lezen!”

Anne Vrieze – directeur WWZ academie online opleidingen (Wmo) en auteur van het boek ‘Gezond verstand in het sociaal domein’

Meer reacties lees je hier