In deze tijd van corona krijgt ‘huidhonger’ een nieuwe betekenis en ik wil er voor pleiten dat het niet bij het nieuwe normaal gaat horen.

Dat nieuwe normaal zal ik trouwens wel nooit normaal gaan vinden, want mondkapjes en anderhalve meter afstand gaan echt niet passen in de manier waarop ik graag mijn leven leef. In vrijheid. Vrijheid om te ademen, handen te schudden, een arm aan te raken, naast iemand te zitten, samen te zijn en mensen te ontmoeten juist door contact te maken. In de trein of de bus, onderweg naar de supermarkt, in mijn werk. Dat contact dat vaak begint met een glimlach. Die je dus niet ziet als we straks allemaal een mondkapje voor hebben. Net als dat ik niet zoveel kan voelen op anderhalve meter afstand. De handdruk gaat verloren. Het troostende gebaar van een hand die licht een arm beroert. Ik kan zelfs geen tissue meer geven als iemand de tranen over de wangen rollen, want dan kom ik te dichtbij.

Laat er geen twijfel over bestaan: natuurlijk ga ik een mondkapje dragen als dat van mij verwacht wordt en jazeker hou ik die anderhalve meter afstand. Ik ben ook al ruim twee maanden thuis, ga alleen de deur uit voor een boodschap en voor het verrichten van wat mantelzorg met inachtneming van alle maatregelen.

Huidhonger gaat niet over aanraking alleen. Niemand stilt toch die huidhonger met reizen in veel te drukke treinen, een avondje hutje mutje dansen in da club of gezellig met zijn allen naar de meubelboulevard op tweede Paasdag? We gaan toch niet expres tegen elkaar aanhangen omdat we dan onze huidhonger kunnen stillen? Of jij wel??? Dat we tóch met zijn allen voor de viskraam stonden en in het Vondelpark hangen op een zonnige dag, niet kunnen wachten tot de terrassen weer open gaan en zo vreselijk balen dat alle grote evenementen zijn afgelast, dat is toch helemaal niet om het stillen van die huidhonger? Dat is omdat we ons niks willen laten opleggen. Omdat we recalcitrant zijn. Niet omdat we huidhonger hebben.

Nee, huidhonger zit veel en veel dieper dan dat.

Huidhonger zit onderhuids.

Huidhonger in relatie tot de situatie waarin we verkeren gaat over de behoefte aan echte aandacht, voelen dat je gezien en gehoord wordt, er toe doen, weten dat je van waarde bent en ervaren dat je mee mag doen. Door deze crisis komt een onderhuidse wond aan het licht. Die van een maatschappij waarin zelfredzaamheid het credo is en er groot tekort is ontstaan aan intermenselijk contact. Die welgemeende hand op een arm, maar vooral die ander die vraagt: “Wat kan ik voor je doen?” en die de rust heeft om het antwoord af te wachten.

Huidhonger gaat niet over die anderhalve meter, niet over de sociale distantie die we nu in acht nemen. Huidhonger gaat over sociale armoede lijden. Over het gevoel te hebben naast de maatschappij te staan, er niet bij te horen, zelfs tot last te zijn en gereduceerd tot een economische eenheid, die, als je een beetje pech hebt, alleen maar geld kost. Over dat moment dat je van mens cliënt wordt en geen naam meer hebt. Opgesloten zit in je eigen huis of weggestopt in een verpleeghuis waar je 1 x per zoveel tijd een bliksembezoek krijgt van je nageslacht.

Laten we dus vooral de mens blijven zien. Ieder mens. Aan de andere kant van de keukentafel, maar ook in de supermarkt, de trein, de wachtkamer van de huisarts en bij ons in de straat. Niet als gevaar voor besmetting, maar als medemens. Laten we als mens tussen mensen de samenredzaamheid leven. Ook in life after corona. Dan kan het woord huidhonger weer verworden wat het was: een woord voor behoefte aan lichamelijk contact. Met of zonder mondkapje.

🌻
Sandra

@2020 de Wmo adviseur

“verwarring is een bron van vernieuwing,
laten we vernieuwen wat verward was”

🙏🏼

mei 2020

schrijven in tijden van #corona
#staysafe
#staysane
#stayhome

Heb je het boek al?