Eén van de regels in ‘Het Tijdelijke Abnormaal’ was dat we niet meer bij cliënten thuis van het toilet gebruik zouden maken en nope, we namen ook geen koffie meer aan, want nope nope, we deden ook de deuren niet zelf meer open en dicht (behalve wanneer dit kon met een hielie of een bups met de bips).

Nu weet ik dat collega’s al helemaal noooooooooooit bij cliënten naar het toilet gaan. Omdat ze dat niet vertrouwen. Omdat je weet maar nooit. Nu kan ik me ook nog een moment herinneren dat een cliënt door haar weekbudget heen was en geen wc papier meer had, waarvoor zij zich verontschuldigde toen ik had gevraagd of ik even mocht plassen voordat ik weer in de auto zou springen op weg naar de volgende afspraak en bij wie ik toen mijn voorraadje papieren zakdoekjes heb achtergelaten. Nu wil ik ook niet bij iedereen naar het toilet……… maar…

Als je je bedenkt dat mijn ontbijt vooral vloeibaar is, omdat ik begin met een uitgeperste citroen in een halve liter lauwwarm water als ik wakker word, dan een ‘emmertje’ kruidenthee zet en een smoothie maak van van alles en nog wat, inclusief vegamelk en groente en fruit en ik dan soms, heel soms, óók nog even een kopje koffie naar binnen giet terwijl ik me sta op te maken, omdat ik niet weet wanneer ik daar anders aan toe kom als ik een dag op huisbezoek ben en we geen koffie meer aannemen, noch een planning hebben die toelaat dat we even rustig ergens gaan pauzeren, dan begrijp je dat een hele ochtend zonder afwatering voor mij geen optie is.
Geen. Optie.

Nu weet ik dat collega’s expres niet drinken als ze voor zo’n dag staan, maar hee, als ik dat al zou willen zou ik dat toch wel een heel gekke aanpassing aan mijn werkomstandigheden vinden en eerder nog pleiten voor boeteloos wildplassen dan dat ik niet meer voor mijn eigen vochtbalans zou zorgen als start van de dag.

Anyway… nu met ‘dat met een C’ heerst zijn we allervoorzichtigst en dus raken we geen deurkrukken meer aan, schudden geen handen… enfin, ik neem aan dat jij ook het nieuws volgt en dus weet wat de maatregelen zijn… en gaan we dus niet meer bij een cliënt thuis naar het toilet.

Waar dat dan wel moet?

Benzinestations zijn als optie gecommuniceerd, maar jonguh! hoeveel heb je er dáár dan van in Amsterdam???
Openbare gelegenheden zijn een andere optie en ja, daar zijn er heel véél van in Amsterdam. Zoveel dat na een paar weken lock down opeens blijkt dat het er wel héél véél zijn. Echt. veel.

Nu heb ik ook ooit geleerd dat een openbare gelegenheid verplicht is om een plasoptie aan te bieden en dat ze eigenlijk ook ‘niet klanten’ niet mogen weigeren daarvan gebruik te maken en dus huppel ik wel vaker ergens zomaar naar binnen om alleen even een plasje te doen, mijn handen te wassen om dan onder een ‘fijne dag verder’ evenzo vrolijk weer naar buiten te lopen, dus onderweg van huisbezoek naar huisbezoek ergens even plassen leek me goed te doen.

Behalve op maandagmorgen, als alles nog gesloten is.
Behalve in die delen van Amsterdam waar vooral gewoond wordt.
Behalve als je aan het werk bent en geen tijd hebt om…

… je mondkapje op te zetten, je handen te desinfecteren, met je elleboog de deur open te maken (wat niet lukt, zodat je toch je handen moet gebruiken, waarna je die handen opnieuw moet desinfecteren); je bezoek te registreren door naam en telefoonnummer op een papiertje te schrijven (met een pen die iedereen hiervoor gebruikt, zodat je dus direct daarna weer even je handen moet desinfecteren); met inachtneming van anderhalve meter afstand tussen bezoekers, bediening, tafels en stoelen en soms ook kinderwagens, kinderen, voorraadkarretjes en net afgeleverde bestellingen door naar de afdeling wc te laveren om daar met elleboog, voet of bil de deur te openen in de hoop dat er niet al iemand anders staat te wachten of haar handen aan het wassen is en/of dat er maar niemand ‘uit de herenwc’ komt sjezen en tegen je opbotst als jij staat te wachten tot er ruimte is voor de volgende activiteit; als je dan eindelijk bij het toilet bent een plek moet zien te vinden waar je je jas en tas kwijt kan en, in mijn geval, nog een tas en meestal ook nog een sjaal en mezelf ook nog (en nee, ik laat al die spullen niet in mijn auto liggen, want hee, grote stad en laptop onbeheerd laten is niet echt een toffe combinatie, dus ik hoop altijd maar dat er haken en ogen voorhanden zijn, want het spul op de grond deponeren is vies en dat dan meestal weer niet vanwege ‘dat met die ‘C”); nadat je dit allemaal gesjeft hebt (jeeeeeeeeeeej!) weer dezelfde weg terug moet, maar dan nog wel even via de wasbak met veel zeep en heel lang je handen wassen met die jas en je tas en je sjaal en die andere tas ergens over een schouder, tussen je knieën of je voortanden geklemd en vooral in de hoop dat er niemand anders binnen komt wandelen op weg naar waar jij net vandaan komt waardoor je met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te krap langs elkaar moet, laat staan dat die ander ook nog zo vriendelijk is om iets van ‘hallo’ te zeggen met een mondkapje op de kin om zo een lading aerosolen over je heen te storten…

Goed te doen dus, behalve als je alleen maar even wilt plassen.


Sandra
Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Check ‘O, dus dát is Wmo!’. Hét boek over maatschappelijke ondersteuning in de praktijk,
waarin ik je mee op pad neem naar achter de voordeur,
daar waar de mensen wonen om wie het gaat.

Direct bestellen kan hier …