Nadat ik heb aangebeld gebeurt er eerst even niets.
Dan hoor ik wat gerommel door de intercom, gevolgd door een ‘klik’ ten teken dat de deur naar de centrale hal van het slot gaat. Ik duw de deur open en stap naar binnen. Mondkapje op (met vers gestifte lippen daaronder… ik kan er nog niet echt aan wennen en ben volhardend in gewoonten) en mijn handen net ontsmet.

Terwijl ik mij oriënteer op waar ik moet zijn stapt er een man de hal in. Ook hij heeft een mondkapje op… en is verder slechts gekleed in een handdoekje dat hij, aan zijn bewegingen te zien, net aan het omknopen is, en een paar slippers. Van die blauwwitte. Je kent ze wel.

“Je bent te vroeg”, zegt hij, duidelijk niet in zijn sas.
“Gut, ben ik ook eens op tijd, is het weer niet goed”, zeg ik lachend, wat de man hopelijk hoort aan mijn intonatie, want niet kan zien door mijn mondkapje en beslagen brillenglazen heen (wat een gedoe ook om dat kapje zo te laten aansluiten dat niet bij iedere adem mijn brillenglazen beslaan, zeg!)
“Maar ik wil nog wel even wachten hoor.” vervolg ik “Dan kunt u zich nog even verder aankleden.”
“Aankleden?” zegt de man “Ik heb toch een mondkapje op???”

Nu lachen we allebei.
Geen twijfel.


Sandra
Wmo adviseur

Meer verhalen van over de drempel, achter de schermen en aan de keukentafel lezen?
Check ‘O, dus dát is Wmo!’. Hét boek over maatschappelijke ondersteuning in de praktijk,
waarin ik je mee op pad neem naar achter de voordeur,
daar waar de mensen wonen om wie het gaat.

Direct bestellen kan hier …