Gister sprak ik met iemand van mijn zorgverzekering. Over een declaratie zorgkosten die was ingediend door het ziekenhuis waar ik sinds deze zomer onder controle sta van een specialist. Voordat ik bij de specialist op eerste afspraak mocht had ik een intake. Met een specialistisch verpleegkundige. Telefonisch. Vanwege Corona. Op de declaratie was echter een code genoteerd voor fysiek onderzoek en dat had dus niet plaatsgevonden. Daarover belde ik.

En zoals dat met mij gaat kwam ook met deze dame van de afdeling specialistische zorg van het een het ander. Zo legde ik haar voor dat je als patiënt tegenwoordig beter eerst een prijslijst kunt opvragen, zodat je kunt checken of je wel kunt betalen wat ze met je willen gaan doen. Mij persoonlijk gebeurt het weleens dat ik een rekening krijg waarover ik toch ff niet had nagedacht. Dat voelt dan alsof ik niet goed heb opgelet en een bekeuring krijg, maar hee, dat ik op mijn snelheid moet letten als ik auto rijd vind ik toch wat anders dan dat ik op de kosten moet letten als ik zorg nodig heb.

Gelukkig heb ik niet veel met mijn zorgverzekering van doen en nee, ik weet niet precies wat in de basisverzekering zit en wat niet en waarvoor ik mijn eigen risico moet gaan aanspreken en/of wanneer iets vergoed wordt door die verzekering. Als ik zorg nodig heb, dan heb ik zorg nodig en dan is tot nu toe niet het eerste dat ik ga nadenken over hoe dat betaald wordt. Als mijn huis in de fik gaat bel ik ook eerst de brandweer. En eigenlijk wil ik het graag zo houden dat ik niet eerst in polissen hoef te duiken.

Ik wil over zoiets belangrijks als mijn gezondheid helemaal niet eerst offerte hoeven opvragen.”, zei ik. Toch raadde de dame me aan dat toch maar wel te doen. Ze vertelde dat zij zelf altijd in onderhandeling gaat met haar tandarts, omdat tandheelkundige kosten uit de aanvullende verzekering vergoed worden… of niet… en zij van tevoren wil weten wat precies het plan is en wat ‘het geintje’ haar dan gaat kosten.

Net zoiets als wanneer je een nieuwe gadget gaat kopen‘, bedacht ik me.
Alleen is gezondheid geen gadget.
Gezondheid zou niet onderhandelbaar moeten zijn. Als in ‘nah, een beetje bloedvatvernauwing kan wel, maar een beetje kanker, nee, doe dat maar wel behandelen. Mag ik eerst even offerte? Misschien kan er nog wat van de narcose af of zijn er nog wat tools die ik zelf kan aanleveren, zodat ik de kosten wat kan drukken‘.
Tsssss………..

Daarbij is onderhandelen over zorg en zorgkosten niet voor iedereen weggelegd. Dat doet niet iedereen, durft niet iedereen, kan niet iedereen. Om allerlei redenen.

Zo zei wijlen mijn vader ooit, toen uit ziekenhuisonderzoek het vermoeden rees dat hij slokdarmkanker had, dat ze wel zouden weten wat ze deden toen ze een afspraak voor over een paar maanden met hem maakten. Ik had er geen lekker gevoel bij. Ik kende mijn vader en heb hem gevraagd of ik me ermee mocht bemoeien. Het was vrijdagmiddag. Vlak voor kerst. Ik ben in de telefoon gekropen en heb mijn latijn van stal gehaald. Tweede Kerstdag was hij opgenomen. Hij bleek ongeneeslijk ziek en zijn levensverwachting was nog slechts een paar maanden. Het werden onze meest idiote feestdagen ever.

Mijn vader streed als een leeuw voor arbeidsrechten van de minder bedeelden als in lager opgeleide of bijvoorbeeld analfabetische collega’s, in het bedrijf waar hij werkte en daarbuiten, in ondernemingsraad en vakbond, en wist zelfs de ‘prikklok’ algemeen geldend te krijgen voor niet alleen meer het fabriekspersoneel, maar ook de witte boorden van kantoor en tekenkamer, waar hij de blaadjes uitdeelde en midden tussen zijn medewerkers zat in plaats van in zijn eigen hok als ‘chef’, maar was altijd superbescheiden als het over hemzelf ging en had een diep respect voor de medische wereld. Zijn eigen lot legde hij dan ook in doktershanden in het volste vertrouwen dat die het beste met hem voor had en er alles aan zou doen om dat beste te realiseren, zoals hij er voor een ander ook altijd alles aan deed. Kerst of geen kerst. Tijd of geen tijd.

De uitdrukking is dat brutalen de halve wereld hebben. Zolang die brutalen dan voor de andere helft van de wereld zorgen is er niks aan de hand, ofwel: ‘sterke mensen komen op voor zichzelf, nog sterkere mensen komen ook op voor anderen.’

Al zou het mijn voorkeur hebben dat we helemaal niet meer zo voor elkaar zouden hoeven opkomen en dus ook niet meer ‘brutaal’ hoeven zijn, maar de wereld zo inrichten dat mensen minder beperkt zijn (ook als ze bescheiden zijn) omdat ze gewoon krijgen wat ze nodig hebben, omdat we allemaal voorstaan wat goed is voor de ander. Niet meer en zeker niet minder.

Tot die tijd moet de ene helft maar een beetje voor de andere helft zorgen. Toch?

Sandra
Wmo adviseur

© de Wmo adviseur

Wil je je laten verrassen, raken, inspireren, aan het lachen maken én je blik verfrissen door mee te kijken door de bril van de Wmo adviseur in het werk van alledag, dat nooit alledaags is, omdat ieder mens anders is en Wmo altijd maatwerk? Check ‘O, dus dát is Wmo!’. Hét boek over maatschappelijke ondersteuning in de praktijk, waarin ik je mee op pad neem naar achter de voordeur, daar waar de mensen wonen om wie het gaat.

Direct bestellen kan hier …